Korfbalkennis les 7: lopen , alleenspel, overgeven en spel ophouden

Hallo allemaal,

De afgelopen weken zijn we al lekker op dreef. Wij voeren nu het tempo op en gaan vier onderwerpen behandelen: Lopen – Alleenspel – Overgeven – Spel ophouden. Het theorie gedeelte is hierdoor iets langer dan gebruikelijk. Het wordt weer afgesloten met een twintigtal vragen.

Veel succes!

De technische commissie

Lopen-alleenspel-overgeven-spel-ophouden

Korfbal is vanaf het allereerste begin een sport van samenspelen geweest en dat is nog steeds zo! Het spel moet je met je teamgenoten spelen, je speelt niet alleen. Je moet overspelen en mag de bal niet in de handen van een medespeler duwen. En het spel wordt pas echt leuk als alles vlot gebeurt en dus niet onnodig wordt vertraagd.

A. Lopen met de bal
Je moet samenspelen met je teamgenoten en de bal naar hen gooien. Je mag niet lopen met de bal in je handen. Betekent het dat je dan altijd moet stil staan? Dat is ook weer niet zo, maar er zijn duidelijke regels.
Er zijn drie mogelijkheden en die zien er als volgt uit:

  • 1. Je staat stil met de bal in je handen.Laten we zeggen dat je het meest steunt op je linkervoet (= standbeen). Je mag dan je rechtervoet naar voren plaatsen, naar achteren of opzij en zelfs op je linkervoet draaien, zolang je linkervoet maar blijft staan op dezelfde plek. Je mag ook nog wisselen van standbeen, mits je dan maar eerst je rechtervoet weer naast je linkervoet zet. En als je de bal eenmaal gegooid hebt mag je weer alle kanten op rennen.
  • 2. Je vangt de bal als je net in de lucht gesprongen bent.
    Het is natuurlijk onvermijdelijk dat je weer gaat landen en dat is soms lastig als je net veel vaart had. Het kan dan gebeuren dat je een extra stapje nodig hebt om tot stilstand te komen. Dat mag ook wel, als je maar heel goed probeert snel te stoppen.
  • 3. Je kunt ook hardlopend (dus in beweging) proberen een doelpunt te maken, of de bal naar een ander te werpen. Je moet er dan voor zorgen dat de bal uit je handen is voordat je voor de derde keer met een voet op de grond komt.

    Wist je dat?

    In het hierboven bij 3 beschreven voorbeeld is het niet van belang hoe groot de stap is die je maakt. Dus als je bijvoorbeeld met trip-trip-trip een afstand van een meter overbrugt, dan wordt dat afgefloten als lopen, terwijl je door mag spelen als je met stap-stap anderhalve meter aflegt. Raar? Toch niet. De spelregels geven duidelijk aan dat in situatie 3 drie keer een voetstap niet is toegestaan en twee keer wel en daarbij worden geen afstanden genoemd. Dat zou ook lastig te meten zijn!

    Wat doet de scheidsrechter?

    Overtreding

    A. Als de scheidsrechter bij bovenstaande een overtreding constateer-
    dan geeft hij bij elke overtreding van deze regel in alle gevallen een spelhervatting aan de andere partij.

    B. Samenspelen en niet in je eentje
    Stel, je staat bij de korf en de bal komt in jouw richting. Je vindt het daar een beetje druk en je tikt de bal naar een plaats waar je meer ruimte hebt en waar je misschien ook meteen kan schieten. Dat wordt dan afgefloten, omdat je bewust niet met een ploeggenoot samenspeelt, maar het wel even in je eentje denkt op te kunnen lossen.
    Het is geen overtreding als je de bal wegtikt wanneer je die niet meteen kan vangen; ook niet als dit gebeurt in een duel met een tegenstander.

    C. De bal overgeven
    Het betekent dat je de bal gewoon in de handen propt van je medespeler. Een tegenstander kan de bal dan nooit onderscheppen en daarom is het overgeven van de bal niet toegestaan..
    Gooien en vangen is een heel belangrijk onderdeel van het korfbalspel en daarom mag je de bal niet simpel in de handen van een medespeler duwen. Soms gaat de bal maar een paar centimeter door de lucht en dat is dan al genoeg. Je ziet dat vaak in de zône rond de korf.
    Wist je dat?
    Als twee spelers van dezelfde partij de bal toevallig tegelijk of bijna tegelijk pakken is het voldoende dat eentje de bal loslaat. De scheidsrechter beschouwt dat dan niet als opzettelijk gedrag en er is geen sprake van overgeven; er kan doorgespeeld worden.
    Wat doet de scheidsrechter?
    Bij een overtreding van deze regel geeft de scheidsrechter in alle gevallen een spelhervatting aan de andere partij.

    D. Spel ophouden
    Het kan voorkomen, dat een ploeg belang heeft bij het verstrijken van de tijd zonder dat er iets gebeurt. Je staat bijvoorbeeld met 10-9 voor en er zijn nog maar enkele minuten te spelen en je wilt graag winnen. Je stopt de bal onder je shirt en gaat staan wachten tot het tijd is. Dat en soortgelijke dingen zijn niet toegestaan
    Er zijn allerlei manieren om het spel bewust op te houden en ze zijn allemaal niet toegestaan, omdat het onsportief is. Een paar voorbeelden om je een indruk te geven:

    • Je bent heel traag met het overgooien van de bal naar een medespeler.
    • Je bent bezig in het aanvalsvak en gaat dan de bal weer terugspelen naar het verdedigingsvak.
    • In het aanvalsvak de bal rondspelen en geen doelkansen zoeken.
    • In plaats van te proberen een doelpunt te maken ga je de bal bij de zijlijn heen en weer spelen.
    • Je doet heel langzaam bij het wisselen van vak.

    Wist je dat?
    Je moet dus, ook als het spannend is, altijd blijven aanvallen. Als je in de top speelt is er een schotklok en moet je binnen 25 seconden met de bal de korf raken. Als je nog geen topper bent of een jeugdspeler, dan is er geen schotklok. De scheidsrechter let er op of je wel voldoende aanvalt.
    Soms hebben de twee ploegen in het veld allebei belang bij de score die nu is bereikt, bijvoorbeeld een gelijk spel. Ze kunnen daarmee een derde club onder zich houden. Als beide ploegen het spel gaan vertragen en allebei niet meer aanvallen, moet de scheidsrechter de beide aanvoerders waarschuwen dat dit wangedrag is en onsportief. Hij staakt de wedstrijd als beide ploegen dit spelgedrag volhouden.

    Wat doet de scheidsrechter?
    Bij een overtreding van deze regel door één ploeg geeft de scheidsrechter in alle gevallen een spelhervatting aan de andere partij.

    Voorbeelden met oefenvragen

    Het is best nog lastig om de regels juist toe te passen bij een wedstrijd. Klik hier om oefenvragen behorende bij deze spelsituatie te maken. Het zijn 20 vragen en je krijgt na afloop ook meteen te zien of je de juiste antwoorden hebt gegeven.

    Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.